6. Fietspaden moeten bij nacht en ontij veilig gebruikt kunnen worden.

Fietspaden moeten voorzien zijn van reflecterende belijning aan de zijkant. De fietser dient beschermd te worden tegen verblindende koplampen. Dit is vooral aan de orde bij fietspaden aan de linkerkant van de rijbaan. Door de rijbaan verlaagd aan te leggen of middels een heg direct grenzend aan de rijbaan kan de verblinding tegengegaan worden. Oplossingen die het vrije uitzicht van de fietser niet beperken hebben de voorkeur.

Gladheidsbestrijding dient op fietspaden minimaal dezelfde prioriteit te hebben als op autowegen. Wanneer de veegcapaciteit tekort schiet om de fietspaden begaanbaar te houden wordt de rijbaan opengesteld voor fietsers. De maximumsnelheid wordt dan verlaagd.