3. Voorrang, verkeerslichten en bewegwijzering moeten zo zijn ingericht en afgesteld dat fietsers zo weinig mogelijk hoeven af te remmen of af te stappen.

Wat er vaak fout gaat, zijn ongunstig ingestelde verkeerslichten, verkeerslichten die geen of slechte detectielussen voor fietsers hebben, fietserslichten die standaard op rood staan. Ook zien we veel situaties waarbij fietsers voorrang moeten geven aan verkeer dat van achteren nadert en waarin middels een slinger het fietspad 'uit de voorrang' wordt gehaald. Verder is het voor fietsers in druk verkeer vaak levensgevaarlijk om links af te slaan, omdat er geen ruimte wordt gegeven voor voorsorteren. Een ander veelvoorkomend probleem is dat bij een kruising met verkeerslichten de rechtdoorgaande fietsers op hetzelfde moment groen krijgen als afslaand verkeer, het zogenaamde 'green light of death'. Met name rechtsafslaande vrachtwagens doden zo elk jaar tientallen fietsers. Door fietsers enkele seconden eerder groen te geven, is dit probleem uit de wereld.

Bewegwijzering is vaak slecht te lezen, door de plaatsing of door het formaat. 'Paddestoelen' zijn meestal niet te lezen voor een fietser zonder te stoppen of af te stappen. Wegwijzers staan vaak pas op of zelfs voorbij de kruising of afslag. Verlichting ontbreekt in veel gevallen, terwijl de bordjes te hoog hangen om door een koplamp beschenen te worden.

Al deze zaken dienen zodanig gewijzigd te worden dat de fietser op z'n minst niet meer achtergesteld wordt ten opzichte van ander verkeer. Verkeerslichten dienen gunstig te worden afgesteld. Detectiesystemen dienen de fietser al op voldoende afstand van de kruising op te merken. Verkeer dat van achteren nadert mag nooit voorrang hebben. De praktijk van het 'uit de voorrang halen' van fietspaden moet verdwijnen, waar mogelijk dienen de bijbehorende slingers ongedaan gemaakt te worden. Wegwijzers moeten ook op snelheid te lezen zijn. Net als op autowegen dienen afslagen ruim van te voren aangekondigd te worden.