2. De kwaliteit van de fietsinfrastructuur dient minimaal gelijk te zijn aan die van de autoinfrastructuur.

Dit recht behelst onder andere dat de kwaliteit van het wegdek van fietspad of fietsstrook minimaal gelijk dient te zijn aan dat van de rijbaan, er rekening mee houdend dat fietsen niet voorzien zijn van grote veersystemen of brede banden met lage druk. We zien maar al te vaak dat de rijbaan voorzien is van glad asfalt, terwijl het fietspad of de fietsstrook uit tegels of klinkers bestaat. Dit is de wereld op z'n kop; juist fietsers hebben behoefte aan glad asfalt.

Verder moet er een landelijk dekkend netwerk van snelfietsroutes komen, in gemak en comfort minimaal gelijk aan het netwerk van auto- en snelwegen. Het is nu zo dat wie per auto van Vlissingen naar Groningen wil, slechts vier of vijf plaatsnamen hoeft te onthouden om z'n weg te vinden over de snelwegen. De fietser die van Rotterdam naar Rijswijk wil, heeft bijkans een GPS nodig.

Dit moet anders. Voor fietsers moet er een netwerk komen met directe, vlot doorrijdende routes en routes om stadskernen heen. Bewegwijzering dient helder te zijn en geschikt voor mensen die verder willen fietsen dan het volgende dorp. Verder dienen doorgaande fietspaden gevrijwaard te worden van haakse hoeken, paaltjes en andere obstakels. Split, scherpe randen en andere bandenslopers zijn uit den boze.