De rechten

We zien te vaak dat fietsers aan de kant geschoffeld worden richting een brak tegelpad, zodat de glad geasfalteerde rijbaan vrij is voor de auto. We zien wegen met vrijliggende fietspaden waarbij de fietser aan het begin en einde de rijbaan moet oversteken, soms meerdere keren achter elkaar. Vaak moet de fietser bij deze manoeuvre voorrang geven, zelfs aan verkeer dat van achteren nadert. Dit is niet alleen vervelend, het is ook levensgevaarlijk. We zien fietspaden die grote omwegen maken terwijl de rijbaan rechtdoor gaat. Fietspaden die op een veel te klein strookje naast de rijbaan zijn geperst. Vrijliggende fietspaden naast voorrangswegen die bij elke zijweg een rare slinger maken om de fietser uit de voorrang te halen. Deze manier van fietspaden aanleggen staat niet ten dienste van de fietser, maar van de automobilist. Het eerste recht wil hier een eind aan maken. Fietspaden dienen ontworpen te worden voor de fietser.

Dit recht behelst onder andere dat de kwaliteit van het wegdek van fietspad of fietsstrook minimaal gelijk dient te zijn aan dat van de rijbaan, er rekening mee houdend dat fietsen niet voorzien zijn van grote veersystemen of brede banden met lage druk. We zien maar al te vaak dat de rijbaan voorzien is van glad asfalt, terwijl het fietspad of de fietsstrook uit tegels of klinkers bestaat. Dit is de wereld op z'n kop; juist fietsers hebben behoefte aan glad asfalt.

Verder moet er een landelijk dekkend netwerk van snelfietsroutes komen, in gemak en comfort minimaal gelijk aan het netwerk van auto- en snelwegen. Het is nu zo dat wie per auto van Vlissingen naar Groningen wil, slechts vier of vijf plaatsnamen hoeft te onthouden om z'n weg te vinden over de snelwegen. De fietser die van Rotterdam naar Rijswijk wil, heeft bijkans een GPS nodig.

Dit moet anders. Voor fietsers moet er een netwerk komen met directe, vlot doorrijdende routes en routes om stadskernen heen. Bewegwijzering dient helder te zijn en geschikt voor mensen die verder willen fietsen dan het volgende dorp. Verder dienen doorgaande fietspaden gevrijwaard te worden van haakse hoeken, paaltjes en andere obstakels. Split, scherpe randen en andere bandenslopers zijn uit den boze.

Wat er vaak fout gaat, zijn ongunstig ingestelde verkeerslichten, verkeerslichten die geen of slechte detectielussen voor fietsers hebben, fietserslichten die standaard op rood staan. Ook zien we veel situaties waarbij fietsers voorrang moeten geven aan verkeer dat van achteren nadert en waarin middels een slinger het fietspad 'uit de voorrang' wordt gehaald. Verder is het voor fietsers in druk verkeer vaak levensgevaarlijk om links af te slaan, omdat er geen ruimte wordt gegeven voor voorsorteren. Een ander veelvoorkomend probleem is dat bij een kruising met verkeerslichten de rechtdoorgaande fietsers op hetzelfde moment groen krijgen als afslaand verkeer, het zogenaamde 'green light of death'. Met name rechtsafslaande vrachtwagens doden zo elk jaar tientallen fietsers. Door fietsers enkele seconden eerder groen te geven, is dit probleem uit de wereld.

Bewegwijzering is vaak slecht te lezen, door de plaatsing of door het formaat. 'Paddestoelen' zijn meestal niet te lezen voor een fietser zonder te stoppen of af te stappen. Wegwijzers staan vaak pas op of zelfs voorbij de kruising of afslag. Verlichting ontbreekt in veel gevallen, terwijl de bordjes te hoog hangen om door een koplamp beschenen te worden.

Al deze zaken dienen zodanig gewijzigd te worden dat de fietser op z'n minst niet meer achtergesteld wordt ten opzichte van ander verkeer. Verkeerslichten dienen gunstig te worden afgesteld. Detectiesystemen dienen de fietser al op voldoende afstand van de kruising op te merken. Verkeer dat van achteren nadert mag nooit voorrang hebben. De praktijk van het 'uit de voorrang halen' van fietspaden moet verdwijnen, waar mogelijk dienen de bijbehorende slingers ongedaan gemaakt te worden. Wegwijzers moeten ook op snelheid te lezen zijn. Net als op autowegen dienen afslagen ruim van te voren aangekondigd te worden.

Denk hierbij aan ruiters en hondenbezitters die hun dier niet onder controle hebben, hondenbezitters die door onoplettendheid een riem dwars over het fietspad spannen, voertuigen met verbrandingsmotoren. Dergelijke zaken dienen verbannen te worden van het fietspad. En in geen geval mag het fietspad gebruikt worden als parkeerplaats of 'servicestrook'.

Er is een grote diversiteit aan fietsen op de weg, en die diversiteit neemt alleen maar toe. Denk aan bakfietsen, tandems, velomobielen, handbikes en fietsen met aanhanger. Toch worden fietsvoorzieningen en -infrastructuur nog steeds vrijwel geheel ontworpen voor de standaard stadsfiets. Dat is vaak erg onhandig, en leidt soms tot onverwachte blokkades in het fietspad.

Diezelfde diversiteit zien we bij de fietsers zelf. De fiets wordt gebruikt door mensen uit alle leeftijdscategorieën, door enthousiaste sporters, scholieren, recreanten en gehandicapten. Zij moeten allen veilig gebruik kunnen maken van de infrastructuur. Nutteloze paaltjes, slecht zichtbare hindernissen en wegdek dat slipgevaar oplevert zijn daarom uit den boze.

De schoolomgeving verdient extra aandacht. Kinderen hebben niet de ervaring en het verkeersinzicht van volwassenen, maar moeten wel vanaf jonge leeftijd veilig naar school kunnen fietsen. Hun ouders moeten hierop kunnen vertrouwen.

Diversiteit op het fietspad is een goede zaak. Het zorgt ervoor dat meer mensen van het fietsen kunnen genieten en maakt meer auto- en OV-ritjes overbodig.

Fietspaden moeten voorzien zijn van reflecterende belijning aan de zijkant. De fietser dient beschermd te worden tegen verblindende koplampen. Dit is vooral aan de orde bij fietspaden aan de linkerkant van de rijbaan. Door de rijbaan verlaagd aan te leggen of middels een heg direct grenzend aan de rijbaan kan de verblinding tegengegaan worden. Oplossingen die het vrije uitzicht van de fietser niet beperken hebben de voorkeur.

Gladheidsbestrijding dient op fietspaden minimaal dezelfde prioriteit te hebben als op autowegen. Wanneer de veegcapaciteit tekort schiet om de fietspaden begaanbaar te houden wordt de rijbaan opengesteld voor fietsers. De maximumsnelheid wordt dan verlaagd.

Dit omvat onder andere dat bedrijfsgebouwen, vergaderlocaties en belangrijke openbare gebouwen voorzien in een veilige fietsenstalling en douchegelegenheid. Het dient normaal te zijn om de fiets te gebruiken voor langere afstanden en zakelijk verkeer. Het openbaar vervoer moet toegankelijk zijn voor mensen met fiets. Specifiek dienen vervoersmaatschappijen de vouwfiets te omarmen, aangezien OV en vouwfiets elkaar aanvullen en versterken. Denk aan speciale rekken in bussen en treinen waar een vouwfiets gemakkelijk en veilig opgeborgen kan worden.